Groene vingers


basil, kruidenAls ik 1 ding niet in mijn genen heb, zitten dan is het wel plantjes verzorgen. Ik heb er altijd moeite mee gehad. In mijn studentenkamer begon het al. Leuk, dachten sommige mensen, een eigen ‘huis’, doen we een plantje kado. Ik baalde daar natuurlijk als een stekker van, want hoe kon ik diezelfde mensen nog eens in mijn huis uitnodigen wanneer die plant een maand later op apengapen (of dood) stond.  Verwoed gaf ik de planten water, maar altijd teveel of te weinig, waardoor ik steevast tot de conclusie kwam: niks voor mij.

Drie weken geleden kwam een moeder uit mijn klas: ‘Als je nog iets wil hebben om je klas te versieren, laat dan maar weten! Plantjes ofzo.’  Elke cel in mijn lijf wilde schreeuwen: ‘Nee!! Geen plantjes!! Dat gaat dood!!’ Maar mijn pedagogische juffen-mond zei: ‘Graag! Dan hebben we gelijk een mooi biologieproject.’ Zo gezegd, zo gedaan. Het kind kwam de volgende dag met 2 plantjes en basilicum zaadjes op school. ‘Shit’, dacht ik, ‘3 plantjes die ik kan verpesten!’ Gelukkig heb ik 30 kinderen om me te helpen. En ik kruiste mijn vingers.
Na wat advies van moeder en kind de zaadjes gezamenlijk in een potje grond gedaan en braaf elke dag een klein beetje water gesprenkeld op de aarde. Toen gebeurde er een wonder: na 3 dagen kwamen er kleine sprietjes naar boven. De volgende ochtend waren de plantjes ineens 2 centimeter groter. (Je zal weten dat je in de tropen woont, planten groeien hier ‘hopi rapido’.) De kinderen werden enthousiast en juf Maaike ook! Wat was dit leuk! Dagelijks werd het potje buiten in de zon gezet en met veel liefde vertroeteld met water. Stiekem kocht ik wat zaadjes om het thuis toch ook maar weer eens te proberen. Als ik het met 30 kinderen kan, waarom dan niet alleen? Ons geluk kon niet op!
Tot vorige week. Toen gebeurde er iets afgrijselijks. Na school wilde ik even controleren hoe het met ons geliefde brasilicum plantje stond, maar hij stond niet op mijn bureau. Ook niet op de instructietafel, ook niet bij de wasbak en ook buiten niet. Nergens te vinden. Kwijt. Wat nu? Ik zuchtte diep en vertrok maar naar huis. Ik ging er voor het gemak vanuit dat de plant er de volgende dag wel weer zou staan.

IMG_2156Eenmaal thuis was ik er wel weer overheen.  Het was voor mij eigenlijk gewoon een nieuwe bevestiging dat ik niet op de aarde was gezet om plantjes te verzorgen. Maar toch zat het me niet lekker. Dit plantje was voor mij een beetje symbool geworden voor het nieuwe begin. Nieuwe klas, nieuw jaar, nieuwe kans om 100% georganiseerd door het leven te gaan. En dat was nu ineens in duigen gevallen.

De volgende ochtend vertelde ik het vreselijke voorval aan de klas. 30 paar ogen keken me verbaasd aan. Het was 5 seconden stil en ineens ging de een na de andere vinger in de lucht. ‘We gaan hem zoeken.’ ‘We maken posters.’ Laten we het aan iedereen vragen!’ ‘Juf, politie!’ Toen het pauze was waren de posters gemaakt en gingen de kinderen strijdlustig de pauze in voor hun opgezette zoekactie. Helaas zonder resultaat want ons geliefde basilicum plantje bleef weg.

Terwijl ik de kinderen zo gedreven bezig zag om een plantje van nog geen 2 weken oud, snapte ik ineens wat er zo leuk is aan plantjes laten groeien. Ze worden een beetje deel van (in dit geval) de groep en iedereen voelt zich verantwoordelijk ervoor. Gelukkig hadden we nog wat zaadjes van de basilicum plant dus ik ben naar Kooyman (bouwmarkt) gegaan om aarde en potjes te kopen. Onderweg heb ik nog wat zaadjes meegenomen want het is toch best een leuk project!

Wie weet eten we aan het einde van het jaar radijsjes met basilicum uit eigen pot!

foto 1: pixabay.com
foto 2: eigen foto

– dit verhaal is eerder verschenen in het emigreermagazine van oktober 2015

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *